Meervoudige intelligenties, wat doen we ermee op de Mariaschool?
Wij hebben een groeiende behoefte om meer rekening te houden met verschillen tussen leerlingen. In vrijwel elke groep komt een brede spreiding van intelligenties voor. Wanneer we een leerling aanspreken op zijn 'sterke' intelligenties kunnen we verwachten dat de leereffecten toenemen. Dat betekent dat we niet alleen leren met 'taal', maar ook via beelden, klanken, schema's en modellen, doe-activiteiten, samenwerkingsvormen, reflectieactiviteiten en veldonderzoek. Met MI leren kinderen hoe ze allemaal knap zijn, ze kunnen zich breder ontwikkelen en het sluit aan bij hun talenten. Ze leren vanuit hun sterke kanten.
http://youtu.be/TptVtHaXzw0

 

De Villa Letterflat van de kleutergroepen en groep 3
Tijdens de afgelopen studiedagen zijn we steeds bezig geweest met de ‘Villa Letterflat’. Deze flat is inmiddels klaar en staat in elke kleutergroep en in de groepen 3. De bedoeling is binnen de verschillende intelligenties de kinderen om te laten gaan met woordenschat.In de laatjes zitten ‘vriendjes’ die de kinderen nieuwe woorden aanleren op verschillende manieren.In een kamertje zit bijvoorbeeld Sjoerd de Letterwoerd, die uitgaat van de beginletter van elk woord. In een ander kamertje zitten bijvoorbeeld de Hak- en Plak-apen die de kinderen leren hakken en plakken. En in nog een ander kamertje zit Wim de Woordspin die doorvraagt over de betekenis van woorden.
De bewoners van de Villa Letterpret bieden dus op verschillende manieren de woorden aan. Door deze manier komen de verschillende taalactiviteiten steeds via dezelfde ‘vriendjes’ terug, ook in groep 3.
Binnen de kleutergroepen gaan we uit van de ‘Letter van de Maand’.De kinderen mogen dan spullen en plaatjes meenemen naar school. De letter voor deze maand is de letter W. Op het whitebord van de groep van uw kind kunt u voortaan zien om welke letter het gaat.

 

We willen de sterke intelligenties didactisch aanspreken.
We willen alle intelligenties verder ontwikkelen.
We willen kinderen leren om alle intelligenties te respecteren en waarderen.

Kinderen willen graag leren, ze zijn leergierig en gemotiveerd om de wereld om hun heen te ontdekken. Echter: Op hun eigen manier! De één wil voelen en bewegen, uitproberen. Een ander moet het voor zich zien, moet het voor zichzelf kunnen verbeelden. Weer een ander zit direct op het puntje van zijn stoel als de muziek start, als er een ritme te ontdekken valt. Het ene kind wil samen en de ander juist alleen leren.

Meervoudige Intelligentie

Howard Gardner
onderscheidt zo acht manieren van leren.   In het huidige basisonderwijs worden (te) veel activiteiten talig aangeboden. Een mondelinge instructie, een tekst met vragen, een rekensom verstopt in een verhaaltje, wereldoriëntatie uit het boek. Werkboekjes, die uitsluitend schriftelijke reacties vragen. Door deze aanpak missen wij veel kinderen, we “praten over hun hoofden heen”, we sluiten te weinig aan bij hun manier van leren.


 

 

Ieder mens heeft alle acht de intelligenties. Door erfelijkheid en door omgevingsfactoren wordt bepaald welke intelligenties sterk of juist minder sterk zijn ontwikkeld. Het profiel van sterk ontwikkelde en achtergebleven intelligenties bepaalt ieders manier van informatie verwerken. Intelligentie heeft, volgens Gardner, vooral betrekking op de bekwaamheid om problemen op te lossen, vragen op te roepen, iets te vervaardigen (bouwsel, schrijfsel, contact, product) in een gewone en betekenisvolle omgeving.

Een mens is niet op één manier intelligent, maar kan op verschillende manieren intelligent zijn. Ieder persoon heeft een 'mentale vingerafdruk': een persoonlijk profiel van sterker en minder sterk ontwikkelde intelligenties. Dit is door aanleg bepaald, maar ook sterk ontwikkelbaar. De vraag is dan ook niet: “Hoe knap ben jij?” maar: Hoe ben jij knap?”

8 intelligenties Onder elke intelligentie staan kenmerkende interesses van personen die de betreffende intelligentie sterker ontwikkeld hebben. 

Rekenknap ofwel Logisch-Mathematische intelligentie:logisch denken, cijfers, experimenteren
Woordknap ofwel Verbaal-Linguïstische intelligentie:taal: poëzie, spelling, lezen, verhalen
Beeldknap ofwel Visueel-Ruimtelijke intelligentie:tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven
Muziekknap ofwel Muzikaal-Ritmische intelligentie: muziek luisteren, maken, componeren, herkennen
Beweegknap ofwel Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie: lichamelijke inspanning, knutselen, toneel, dans
Natuurknap ofwel Naturalistische intelligentie: dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen
Mensknap ofwel Interpersoonlijke intelligentie: zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven
Zelfknap ofwel Intrapersoonlijke intelligentie: eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën  

Het onderwijs doet qua methodiek vooral een beroep op de verbaal-linguistische en logisch-mathematische intelligenties. Leerlingen blijken echter verschillende intelligentiepatronen te hebben. Ze leren dan ook het best en het meest als leraren instructie en werkvormen afstemmen op de diversiteit aan intelligenties. De acht intelligenties geven in feite een indeling, een ordening voor het ontwikkelingspotentieel van elke leerling.

Op de Mariaschool willen we alle kinderen bereiken door de diverse intelligenties te beschouwen als even zovele ingangen tot de leerstof én zorgen voor een verdere ontwikkeling van de 8 intelligenties.

Het benutten van sterktes
Nu we ‘intelligentie’ zo breed en betekenisvol herkennen, geeft dat veel praktische mogelijkheden. De acht intelligenties zoals Gardner die onderscheidt, leveren evenveel competenties van leerlingen op.

Een voorbeeld: Mike is in taalgebruik niet zo sterk ontwikkeld, maar is wel een scherpe, gedetailleerde waarnemer met oog voor kleine verschillen en overeenkomsten tussen planten, dieren, voorwerpen. Hij is ook graag met zijn lijf iets aan het doen (lichamelijk-kinesthetische intelligentie).
In ons taalonderwijs ( Mike’s minder sterke kant) proberen we dan activiteiten op te nemen waardoor Mike via handelend bezig zijn en via scherp waarnemen zich met de taal-leerstof kan bezig houden. Zo gebruiken we zijn sterkere intelligenties als toegang tot minder sterke leerstof . Door een breed activiteitenaanbod ontwikkelen we ook de minder sterke intelligenties van Mike met erkenning van zijn talenten door de leerkracht en door zijn klasgenoten.


 

De werkwijze van Geschiedenis Anders:Vooraf
In de week voorafgaand aan het thema bereidt u de leerlingen voor door de kaarten te introduceren. Kinderen kunnen al gaan nadenken over de eventuele keuze die ze willen gaan maken. Ook het inrichten van een thematafel wekt de interesse op.

Start
De themaperiode start met de startactiviteit: een verhaal, een film, een excursie, een externe deskundige, een voorwerp, enz. Suggesties staan ook vermeld in de themahandleiding.

De structuur van VierKeerWijzer®

In VIER stappen leren wij de kinderen omgaan met eigen keuzes en het verantwoordelijkheid dragen voor het halen van einddoelen en resultaat.


De V van Vragen
Wij hebben vier of vijf minimumdoelen voor de komende themaperiode. Deze doelen, die als vragen zijn verpakt, noteren we op het vragenbord (een whiteboard met de “vragensticker”). We bespreken met de kinderen de vragen. Zo weet iedereen wat er minimaal van hem of haar verwacht wordt.

De I van Ik
Wat weten de kinderen al? Wat willen zij zelf nog weten? Wat zijn hun eigen vragen bij dit thema?

De E van Experimenteren en Ervaren
Gedurende een drietal weken werken de kinderen aan een of meerdere opdrachtkaarten. Ze verzamelen materialen in hun portfolio en werken toe naar een presentatie. De leerkracht heeft de rol van begeleider. Met de doelen in zijn achterhoofd stuurt hij het individuele kind en de groep. Omdat ieder kind vanuit zijn eigen sterke intelligentie werkt, is het mogelijk met ieder kind te verdiepen. Als leerkracht is het natuurlijk ook goed mogelijk om kinderen te sturen in het kiezen van hun opdrachten. Vaak echter is dit niet nodig, omdat kinderen elkaar uitdagen ook voor andere kaarten te kiezen.

Wanneer wij merken dat de doelen niet gehaald worden, schromen we niet om een klassikale of groepsgerichte les te geven. De doelen moeten immers gehaald worden. In de leerkrachtmap staat achtergrondinformatie over het betreffende tijdvak. In de meeste gevallen wordt er structureel één leerkrachtles per week gegeven.


De R van Resultaat en Reflectie
Tussentijds en aan het einde van de periode presenteren de kinderen hun werk. De leerkracht stuurt tijdens deze momenten weer aan op de doelen. Door de vele verschillende resultaten zullen de presentaties niet snel saai worden. Er is veel om naar te kijken, te luisteren of te doen! De presentatiewijzer helpt om het nog gevarieerder te maken.

De toetsing
De kinderen weten wat de te beantwoorden vragen zijn, in de themaperiode worden deze regelmatig door de leerkracht aan de orde gesteld. Iedere presentatie wordt door de leerkracht gerelateerd aan de doelen. In het portfolio toont het kind aan wat hij gedaan heeft en dat hij de doelen gehaald heeft. Uiteraard staat het u vrij om een toetsje op te stellen waarin u de kinderen bevraagt op hun kennis.